Overdracht en tegenoverdracht - wat is dat eigenlijk...

Wat is overdracht?

Overdracht betekent dat iemand gevoelens, verwachtingen of reacties uit eerdere relaties onbewust projecteert op iemand in het hier en nu.

 

Iemand reageert dus niet alleen op jou zoals je nú bent, maar ook op basis van oude ervaringen met bijvoorbeeld een ouder, leraar, partner, leidinggevende of andere belangrijke figuur.

Voorbeeld:
Een collega ervaart jou als streng, afwijzend of controlerend, terwijl jij feitelijk rustig en neutraal reageert. Mogelijk raakt jouw houding, stilte of vraagstelling aan een oude ervaring met een kritische ouder of autoritaire docent.

De collega reageert dan niet alleen op jou, maar op een oude innerlijke blauwdruk die door jou wordt geactiveerd.

 

Wat is tegenoverdracht?

Tegenoverdracht is wat er bij jou wordt opgeroepen door de ander.

 

Dat kan gaan om gevoelens, lichamelijke sensaties, impulsen, irritatie, beschermingsdrang, vermoeidheid, haast, onzekerheid of juist sterke sympathie.

Voorbeeld:
Een collega vertelt hulpeloos over zijn situatie. Jij merkt dat je hem meteen wilt redden, extra tijd wilt geven of oplossingen gaat aandragen. Dan kan jouw tegenoverdracht zijn: “Ik moet deze persoon helpen, anders gaat het mis.”

Dat gevoel kan deels van jou zijn, maar het kan ook iets weerspiegelen van het systeem van de collega: bijvoorbeeld dat anderen ook steeds in de redderrol worden getrokken.

 

Hoe werkt het mechanisme?

 

In eenvoudige stappen:

  1. Oude ervaring wordt geactiveerd
    De collega heeft eerdere relationele ervaringen opgeslagen in zijn zenuwstelsel, geheugen, lichaam en verwachtingen.
  2. Iets in het contact triggert die ervaring
    Dat kan jouw stem, blik, houding, woordkeuze, stilte, grens, neutraliteit of autoriteit zijn.
  3. De collega vult het heden in met het verleden
    Hij gaat jou onbewust beleven alsof jij lijkt op iemand uit vroeger: afwijzend, veeleisend, onveilig, afwezig, redder, rechter, ouderfiguur.
  4. Jij krijgt daarop een reactie in jezelf
    Je voelt bijvoorbeeld druk, irritatie, verwarring, sympathie, machteloosheid of neiging om te gaan uitleggen.
  5. Er ontstaat een relationeel patroon
    Zonder bewustzijn kunnen de collega en jijzelf samen een oud patroon opnieuw gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld:
  • collega voelt zich tekortschieten;
  • jij gaat harder uitleggen;
  • collega voelt zich dommer;
  • jij gaat nog meer helpen;
  • collega wordt afhankelijker.

Dan wordt het oude script opnieuw bevestigd.

 

Waarom is dit belangrijk?

Omdat overdracht en tegenoverdracht vaak laten zien welk oud patroon actief is.

 

De reactie in het contact is dus niet alleen “ruis”, maar kan juist diagnostische informatie zijn. Het laat zien hoe iemand relaties organiseert, veiligheid zoekt, controle houdt, afstand creëert, nabijheid vraagt of afwijzing verwacht.

 

In coaching/betere teamsamenwerking kan dit zeer waardevol zijn, mits je het zorgvuldig gebruikt. Je kijkt dan niet alleen naar het verhaal van de ander, maar ook naar wat er tussen jullie gebeurt.

 

Belangrijk onderscheid: het is niet ‘waar’ of ‘onwaar’

Overdracht betekent niet dat de cliënt “fantaseert” of “ongelijk heeft”. Vaak zit er een kern van echte beleving in.

Het punt is alleen: de intensiteit, betekenis of lading van de reactie is groter dan de feitelijke situatie rechtvaardigt. Een goede vraag is dan:

“Reageert iemand vooral op wat er nu gebeurt, of reageert het zenuwstelsel op iets ouds dat lijkt op nu?”